Afvallen? Staar je niet blind op je vetpercentage

Afvallen is niet altijd even makkelijk. Op zoek naar bevestiging stuit je dan al snel op getallen, zoals je gewicht of je vetpercentage. Deze kunnen je zeker helpen op weg naar een gezond gewicht, maar er kleven ook gevaren aan. In dit artikel leggen we je uit waarom je je niet blind moet staren op je vetpercentage. Lees snel verder!

  1. Leestijd 7 min
  2. 30 08 2021
Deel dit bericht
Vetpercentage

Mensen zouden geen mensen zijn als niet álles meetbaar zou moeten zijn: van je gewicht, tot calorieën, tot het meten van je vetpercentage. Getallen maken iets abstracts als afvallen, het kwijt raken van gewicht, een stuk tastbaarder.

Maar is het nodig, al die getallen? Wat heb je aan iets als je vetpercentage meten? Totaal overbodig, of juist heel handig? Dat lees je allemaal hieronder!

De waarde van getallen

Meten is weten, en daar sluiten wij ons van MA bij aan. Zolang je de balans weet te vinden. Elke dag op de weegschaal staan is écht onnodig. Maar als je denkt vet te verbranden, dan is het fijn om eens in de zoveel tijd een check-up doen om dit gevoel te bevestigen.

En zo kan bijvoorbeeld het tellen van calorieën een handige eerste aanzet zijn om af te vallen of om je afvallen onder controle te houden. Als je weet wat de caloriebommen zijn en die links laat liggen, dan vliegen de kilo’s er vanaf, en blijven ze weg.

Vetpercentage meten

Maar toch zijn getallen slechts hulpmiddelen: staar je er niet blind op. Want getallen leiden je niet, ze bevestigen je gedrag. Heb je het gevoel dat je afvalt? Dan kan de weegschaal dat bevestigen (tenzij je heel veel spieren hebt gekweekt, dan kan je zwaarder geworden zijn én toch afgevallen).

Heb je het gevoel minder slecht te eten? Dan kan calorieën tellen dat bevestigen. En zo werkt het ook met vetpercentages. Ze vormen nooit een leidraad van je handelen, maar een gezond vetpercentage kan wel een symptoom zijn van een gezonde levensstijl.

Blijvend afvallen zonder jojo-effect? Word lid van onze Slank Community! Je staat er niet alleen voor.

Zo werkt je vetpercentage meten

Maar hoe werkt dat dan eigenlijk, je vetpercentage meten? Er bestaan meerdere methoden om je vetpercentage te meten. Zo kun je een huidplooimeter gebruiken, een speciale weegschaal of een Dexa-scan.

Veruit de bekendste manier is de huidplooimeter. Deze manier van meten is helaas erg lastig. Je moet meerdere keren op dezelfde plek een stuk huidplooi meten op dezelfde manier, en dan het gemiddelde nemen van die metingen. Het is wel een relatief goedkope manier van meten, maar voor betrouwbaar resultaat kun je beter een expert inschakelen dan het zelf doen.

vetpercentage meten via huidplooimeter kan je beter niet zelf doen.

Verschillende methoden van meten

En ook weegschalen geven vaak onbetrouwbare metingen. Ze werken met stroompjes door je lichaam. Door de sensoren onder je voeten meten ze de weerstand van lichaamsvet. Dat klinkt lastig, en dat is het ook. Deze metingen vallen vaak nogal hoog uit, en zijn weinig betrouwbaar.

Als je echt goed je vetpercentage wilt meten, kun je het beste gebruik maken van een Dexa-scan. Alleen is deze meetmethode vrij hoogdrempelig. De Dexa-scan is een röntgenapparaat waar je bij specialisten onder kunt liggen. Maar zelfs als je een bodybuilder bent die een zeer nauwkeurige meting wilt, is het de vraag of al die moeite nodig is. En: ook hier heb je de analyse van een expert nodig.

Vetpercentage is omslachtig

Op betrouwbare manier je vetpercentage vaststellen is dus niet zomaar gedaan. Stel jezelf daarom de vraag: waarom wil je jouw vetpercentage weten? Gaat het je écht helpen met afvallen? Of is het gewoon een leuk wetenswaardigheidje waarin je geïnteresseerd bent?

In het laatste geval kun je het zelf proberen met een huidplooimeter, als je je maar niet blind staart op het resultaat. Want dat is het gevaar: je hoort een getal en schrikt daarvan. ‘Zoveel vet?!’ Vervolgens ben je alleen nog maar bezig met je vetpercentage omlaag krijgen, en vergeet je om op een gezonde manier af te vallen, of op een gezond gewicht te blijven.

Vetpercentage meten en wegen motiveren niet altijd het afvallen.

Getallen over gezondheid zijn misleidend. 85 kg op de weegschaal? Dan moet je van jezelf volgende week minder wegen. Vetpercentage van 25 procent? Dan moet je volgende keer lager uitkomen. Maar waarom? Zegt het écht iets over je gezondheid? Nee, ze kunnen alleen bevestigen wat je zelf ook wel weet: je bent goed bezig, of niet zo goed bezig.

Afvallen / vet meten

En goed bezig zijn (lees: afvallen) valt of staat niet met het meten en/of weten van je vetpercentage. Sterker nog: eigenlijk heb je er vrij weinig aan, tenzij je een bodybuilder bent die écht een bepaald vetpercentage nastreeft.

En zelfs dan: een sixpack zie je, of je ziet ‘m niet. Een vetpercentage is enkel een bevestiging van je spiegelbeeld (letterlijk). En mensen zijn vaak geneigd om op zoek te gaan naar bevestiging van. Logisch ook, maar verlies jezelf niet in onnodige randzaken, zoals vet meten. Leuk om eens te doen of zo nu en dan om te peilen waar je staat, maar staar je er niet blind op.

Ma’s advies

En daarmee komen we bij Ma’s advies. Wil je gezond afvallen? Vergeet je vetpercentage. Als je kilo’s kwijtraakt, daalt je vetpercentage vanzelf mee. En niet andersom.

Focus daarom op lekker actief zijn, gezond en gevarieerd eten en staar je niet elke keer blind op getallen over je gewicht. Het belangrijkste is dat je zelf weet dat je goed bezig bent, en daar heb je geen meetmethoden voor nodig.

Vind jij diëten ook zo frustrerend? Probeer dan ons simpele Koolhydraatarm 50 dagen Programma, makkelijk en effectief!

Beoordeel dit artikel!

Slecht artikel Super artikel
Mart de Jong

Mart de Jong schrijft over sport, challenges en duurzame voeding. Hij gelooft er heilig in dat de toekomst - net als het verleden - plantbased is. Juist daarom wil hij graag laten zien dat plantaardig eten helemaal niet moeilijk is, als je maar in jezelf gelooft.

Geef een antwoord